Gedichten in brieven

Emily Dickinson

.

Het klinkt misschien vreemd maar ik voel me schatplichtig aan Emily Dickinson als het gaat over het idee en de uitwerking van ons mini-poëziemagazine MUGzine. Dat is dan denk ik ook de reden dat wanneer ik iets over of van haar lees, dit altijd met enige aandacht doe (los van haar talent als dichter uiteraard). Al surfend op het internet kwam ik op de website van het EDA.

Het Emily Dickinson Archive (EDA) dat wordt beheert door verschillende bibliotheken en archieven (waaronder de Houghton Library van Harvard University), stelt afbeeldingen in hoge resolutie van Dickinsons bewaard gebleven manuscriptgedichten openbaar beschikbaar en biedt lezers een website waar ze afbeeldingen kunnen bekijken van manuscripten die in verschillende bibliotheken en archieven worden bewaard.

Deze eerste fase van het EDA omvat afbeeldingen van de gedichten die zijn opgenomen in The Poems of Emily Dickinson: Variorum Edition, geredigeerd door R.W. Franklin (1998). Emily Dickinson (1830-1886) was een bekende dichter die vele correspondentievrienden had met wie ze haar manuscripten deelde. Slechts een handvol van haar gedichten verscheen echter tijdens haar leven in druk, en geen enkel onder haar eigen naam; die paar gedichten werden door vrienden naar uitgevers gestuurd en ze kreeg geen gelegenheid om ze te beoordelen voordat ze werden gedrukt.

Bij haar dood in 1886 liet Dickinson een schat aan nooit gepubliceerde geschriften na: honderden manuscriptgedichten in haar persoonlijke bezittingen en nog honderden gedichten en brieven die ze naar haar correspondentievrienden stuurde (we zullen nooit precies weten hoeveel, aangezien sommige zijn vernietigd of verloren gegaan). Veel gedichten zijn bewaard gebleven in meerdere manuscriptversies, of met verschillende woordkeuzes binnen één gedicht, zonder aan te geven of een bepaalde versie of woordkeuze Dickinsons uiteindelijke bedoeling was.

Dickinson liet geen expliciete instructies achter over hoe – of zelfs of – haar manuscripten in druk moesten worden gereproduceerd. Haar eerste redacteuren, die de conventies van de drukpers en de tradities van de laat-negentiende-eeuwse poëzie weerspiegelden, veranderden soms haar woorden en standaardiseerden haar grammatica, syntaxis en rijm, evenals interpunctie en hoofdlettergebruik. Ze voegden titels toe aan gedichten, verwijderden soms hele strofen en gaven Dickinsons afwijkende woordkeuze niet weer. Ze transcribeerden gedichten als metrische strofen, in plaats van de visuele ordening van woorden exact over te nemen zoals die in Dickinsons manuscripten te vinden was. Hoewel hun methoden verschilden van moderne redactieprincipes, was het dankzij hun inspanningen dat Dickinsons werk een breed publiek bereikte.

Sinds die eerste redactionele transcripties is er discussie geweest over het belang van de manuscriptpagina voor ons begrip van Dickinsons poëzie. Sommige critici stellen dat Dickinsons manuscriptpagina’s voornamelijk worden beïnvloed door metrische en strofische conventies. Andere critici beweren dat haar manuscriptpagina, met de spaties tussen woorden, regels en strofen, het ambigue hoofdlettergebruik en de eigenzinnige interpunctie, Dickinsons radicale herziening van deze conventies vertegenwoordigt. Sommige critici geloven dat Dickinson, in de loop van haar schrijversleven, haar gedichten als volledig gerealiseerd in hun manuscriptvorm is gaan beschouwen, in plaats van als concepten die ontworpen waren met de gedrukte pagina in gedachten. Deze uiteenlopende kritische opvattingen vormen een dwingende reden om de toegang tot afbeeldingen van die manuscriptpagina’s gemakkelijker en breder beschikbaar te maken.

De manuscriptpagina van Dickinson staat centraal in het Emily Dickinson Archive. Een zoekopdracht in de volledige tekst of de eerste regel van een gedicht levert afbeeldingen op van alle manuscriptversies van het gedicht, indien er meerdere versies bewaard zijn gebleven. Lezers kunnen kiezen uit een historische reeks transcripties van deze handgeschreven teksten door verschillende redacteuren, en een transcriptie bekijken per regel of per dichtregel, afhankelijk van de keuze van de redacteur. Daarnaast kunnen lezers, door in te zoomen, Dickinsons handschrift van dichtbij bekijken.

Omdat dit hele bericht gaat over brieven en brieven schrijven met poëzie mag een van de bekendste gedichten van Emily Dickinson over dit onderwerp hier natuurlijk niet ontbreken, ondanks dat ik dit gedicht (deels) al eens in vertaling op dit blog deelde.

.

This is my letter to the World

.

This is my letter to the World 
That never wrote to Me— 
The simple News that Nature told— 
With tender Majesty 

Her Message is committed 
To Hands I cannot see— 
For love of Her—Sweet—countrymen— 
Judge tenderly—of Me 

.

 

Absint of ascese

Een recensie

.

Van dichter Odile Schmidt (1965) verscheen eerder dit jaar de bundel ‘Absint of ascese’ bij uitgeefhuis De Manke God. In 2023 schreef ik al over haar bundel ‘Op falende furiën, mieren en ander leven’ en nu ik die recensie teruglees herken ik veel van wat ik geschreven heb na het lezen van deze nieuwe bundel. Op de achterkant van de, opnieuw net uitgegeven, bundel is een brief afgedrukt aan Theodoor (Brumming) de uitgever van deze bundel (en haar vorige bundel). Ze spreekt hierin over ‘een vleugje lyriek die haar overviel in post-infarct euforie bij het wandelen langs het wad’ en ‘Echter het overgrote deel is verhalend van stijl’. Ze schrijft over ‘verkenning van twee bronnen van moed, verdraaide werkelijkheid en vergrote expressieve symbolen’. Nogal wat bijzondere kenmerken die nieuwsgierig maken en die ik herken uit haar vorige bundel.

Maar liefst 150 pagina’s telt deze bundel, waar voor je geld mag ik wel zeggen, zonder hoofdstukindeling maar wel met willekeurig (zo lijkt het toch, ik heb geen oorzaak gevolg kunnen ontdekken) cursief gedrukte stukjes. Het eerste dat me opviel is de titel. Voor degene die niet weten wat absint en/of ascese is, absint is een anijsachtige hoog alcoholhoudende (45%-75%) drank, ascese is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door de eigen hartstocht en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen). Twee tegenovergestelde begrippen eigenlijk, het reine (ascese) tegenover het ‘onreine, de zware alcohol.

Het volgende dat me opviel is dat elke zin met een hoofdletter begint (hier en daar toch niet helemaal volledig doorgetrokken) en het ontbreken van elke vorm van interpunctie. Nu weet ik, uit ervaring, ik schrijf al heel lang en veel over poëzie, dat er periodes geweest zijn in de poëzie, dat elke regel met een hoofdletter begint, het ontbreken van de interpunctie echter maakt dat dit wel effect op mij heeft als lezer. Elke zin lees ik als een opzichzelfstaande zin terwijl, als ik de zinnen zonder pauze achter elkaar hard oplees, dit toch niet het geval lijkt te zijn. Waarom de dichter deze stijl hanteert is me niet duidelijk. Persoonlijk vind ik het jammer want dit zorgt ervoor dat ik de gedichten in een soort staccato lees. Nogmaals, het kan zijn dat de dichter dit met opzet gedaan heeft maar ik ben er niet achter wat het toevoegt aan de leeservaring.

In de gedichten vallen me een paar zaken op. Zowel absint als ascese (de begrippen) komen regelmatig voor in de gedichten, net als jurken en jurkjes en dan meestal groene jurken. De stijl die Odile hanteert is vrij en soms onnavolgbaar. Neem een gedicht als ‘Stilte’.

.

Stilte

.

Alleen en radiostilte

Wachten wachten

Op de absintfontein

.

Gezonken gemodder

Druppels koel water

De wil ergens in de boekenkast vastgelegd

.

Aan de schoten aan de kade

Och jij lasser van schepen

Waarom ging je op reis

.

Wanneer ik dat leg naast een cursief stukje waarvan, zoals gezegd, er verschillende zijn opgenomen tussen de gedichten (maar misschien zijn dit ook wel gedichten?) dan vraag ik me af waarom cursief? Ik heb gezocht naar een rode lijn of reden dat deze stukjes cursief zijn afgedrukt maar ik kom niet verder dan dat dit persoonlijke overpeinzingen zijn van de dichter. Maar zijn gedichten dit niet ook? Een voorbeeld is: ‘In deze tuin woekert een goed idee’.

De bundel leest als een stroom van woorden, gedachten, en beelden die lenig aan elkaar gesmeed zijn en pas na zorgvuldige lezing enige samenhang vertonen. De dichter lijkt haar gedichten los van de werkelijkheid te hebben geschreven, waarbij in elk gedicht een ding of situatie is gekozen waaromheen haar woorden zijn geboetseerd. De terugkerende elementen doen een samenhang vermoeden maar dit wordt voor mij nergens bevestigd.

Maakt dat deze bundel minder leesbaar? Ik vind van niet. De beeldtaal van de dichter is rijk en fantasievol, de poëtische stijlmiddelen zijn karig in de zin dat er vanuit de voorraadkast van middelen voor het schrijven van poëzie weinig gesnoept is. Toch vind ik dit niet echt een bezwaar, veel poëzie is tegenwoordig prozaïsch of verhalend, dat laatste zijn deze gedichten ook maar niet in vorm waardoor je elke keer opnieuw aan het denken wordt gezet. Odile Schmidt weet met andere middelen de lezer aan zich te binden al blijf ik het jammer vinden van het hoofdlettergebruik en het ontbreken van interpunctie.

Als gedicht uit de bundel koos ik ‘Geniet je van anticlimax’ waarin alle genoemde terugkerende dingen voorkomen, toch een komma staat (per ongeluk?) en de tegenstelling van de twee genoemde zaken in de titel duidelijk naar voren komen.

.

Geniet je van anticlimax

.

Je zit op je relaxstoel na een dag vol nut

De absint nog in de fles

Ongedragen jurken in de kast

Overvolle laden met handige hulpmiddelen

losse schroeven

Je valt in de stilte van vervulling

.

Je kijkt naar de wijn

Laat het bij verlangen

Vandaag twee stoplichten

Een schip, een trein

Je geniet bij het stilstaan

.

Ja je keert terug naar het ascetisme

Bent opgelucht

Dat het stil is

Dat je alleen bent

Tevreden

,

Bestelt een zelfafnametest

Geeft feedback

Grut

Belt een opgeluchte dochter

.

Meander Staalkaart 2026

Nele Bruynooghe

.

Na de jubileumbundel ‘30 jaar Meander‘ uit 2025 (30 dichters gekozen door Meander) en de bundel ‘Wat maakt een gedicht goed‘ met 75 bijdragen van medewerkers en lezers van Meander uit 2023, is er nu een nieuwe bundel uitgegeven door Meander magazine, literair e-magazine voor Nederlandstalige poëzie die de titel draagt ‘De 30 van Meander, Staalkaart 2026’. Deze bloemlezing is een selectie door medewerkers van Meander op basis van de gedichten  die geplaatst zijn in de periode juni 2025 tot juni 2026. Het is een tweede breed gedragen selectie na de eerste  selectie door de redactie kopij.

De bundel met namen uit Nederland en Vlaanderen is uitgedeeld op de medewerkersdag van Meander op 25 oktober in Haarlem. Alle medewerkers van Meander krijgen de bundel evenals alle dichters van wie een bijdrage is geplaatst in de bundel. Voor de liefhebber is de bundel ook te koop. Stuur een mail aan redactie@meandermagazine.nl en alle informatie wordt toegestuurd.

Uit de selectie van bekende en wat minder bekende dichters koos ik de bijdrage van de Vlaamse Nele Bruynooghe (1986) getiteld ‘Waarheid, durven of doen’.

.

Waarheid, durven of doen

.

Ik zie je voorbij lopen en deze keer deze keer

stap ik niet uit laat ik je voorbijlopen.

.

Hoe dat zoveel daadkracht van mij vergt

het niet meer willen. Je bent zo ontzettend

.

en ik zo bewust van hoe je je hoofd draait

in een richting waarvan je denkt dat ik misschien

.

maar ik zit in de auto en blijf

waar ik ben het donker nauwelijks donker

.

de afstand niet eens een armlengte

en wij aan elkaar denken zo dichtbij en zo ver weg

.

zijn we altijd want je draait je hoofd de totaal

andere richting net wanneer we echt

.

Meneer K

Rutger Kopland

.

Staand voor mijn boekenkast, pak ik zonder te kijken een bundel van een plank. De bundel die ik gepakt heb is ‘Het orgeltje van yesterday’ uit 1968 van Rutger Kopland (1934-2012). Ik open de bundel op een willekeurige pagina (35 in dit geval) en daar staat het gedicht ‘Meneer K’ en op de tegenoverliggende pagina 34 het gedicht ‘Juffrouw A’. Allebei fraaie gedichten maar omdat ik ‘Meneer K’ als eerste zag wil ik dat vandaag met jullie delen.

.

Meneer K

.

Meneer K is nu voorgoed naar het gesticht

gebracht omdat hij iedere nacht naar moeder

wilde. het hielp niets meer als men zei

dat moeder 20 jaar geleden al gestorven was,

5 minuten later besteeg hij toch de brom-

fiets en verdween vol-gas in het duister.

.

Meneer K (51), zijn gezicht stil van verkalking,

weet niets meer, alleen tegen het einde van

de dag glimlacht hij als hij naar buiten kijkt

en ziet dat het al donker wordt. Kom zegt hij

dan, ik stap maar weer eens op.

.

 

Desertie

Eriek Verpale

.

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale (pseudoniem van Eric Verpaele) werd vooral bekend als schrijver van de roman ‘Alles in het klein’ (1990), dat in 1992 in de zeer prestigieuze NCR-prijs kreeg. Toch heeft Verpale (1952-2015) in zijn leven vele gedichten, een theaterstuk en dagboeknotities nagelaten. In 2015 verscheen op de website van Deus Ex Machina, tijdschrift dat nieuwe literatuur uit binnen- en buitenland met bijzondere aandacht voor jonge en/of debuterende auteurs & vertalers publiceert, een mooi in memoriam bij zijn overlijden.

In dit stuk lees ik dat Eriek Verpale werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de joodse cultuur. Verpale heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan. Hij was redacteur van Koebel, medewerker aan diverse literaire tijdschriften en aan het Belgisch-Israëlitisch Weekblad. Hij debuteerde met neoromantische ‘Polder- en andere gedichten’ (1975) en won met ‘Op de trappen van Algiers’ (1980) de literaire prijs van de Stad Gent. In 1994 verscheen de gedichtenverzameling ‘Nachten van Beiroet‘.

In 2016 deelde ik op dit blog al eens een prachtig liefdesgedicht van Verpale getiteld ‘Co. 7’. Ditmaal heb ik gekozen voor het gedicht ‘Desertie’ uit het Deus Ex Machina nummer Melancholie, een oud zeer,  van december 2006, wat je, ondanks de titel, ook kan lezen als een liefdesgedicht.

.

Desertie

.

Vlucht niet. Nog niet.
Ik moet je nog slaan
mijn veel te grote handen kapot
aan jouw smalste verdriet.
Vlucht niet, dit is een bevel,
blijf staan of ik schiet
vol plattegronden.
Want ik zal je zoeken.
Ik kom met honden,
ik onderzoek alle hoeken,
keer dozen vol oude klasfoto’s om,
dring binnen in archieven,
lees je brieven. Voddenrapers
bezorgen mij morgen al je kleren.
Je moet mij nog alles leren:
de taal der dieren, want kijk,
kijk naar de vogels in de lucht,
hoe zelfs zÌj altijd terugkeren,
‘s nachts. Elders te koud.
Dus vlucht niet, maar bewaar mij.
Wat is een gevangene zonder cipier?
Ik wil nog niet vrij. Laat daarom
de deur op een kier.

.

10 jaar Dichter bij de Dood

1 november 2026

Op zondag 1 november, tijdens Allerzielen, wordt op begraafplaats Oud Eik en Duinen voor de 10e keer Dichter bij de Dood georganiseerd. Ontwikkeld in 2016 door Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt en sinds enkele jaren ondersteunt door poëziestichting Ongehoord! in mijn persoon, is dit jaarlijkse project inmiddels uitgegroeid tot een bijzondere activiteit die soms wel honderden bezoekers trekt (beetje afhankelijk van het weer). Aanstaande zondag wordt het zacht en droog weer dus we verwachten een grote toeloop van nieuwsgierige mensen maar ook zeker van trouwe bezoekers die dit project al jaren volgen.

Dichter bij de Dood is ooit ontstaan omdat de initiatiefnemers van mening waren dat er meer over de dood en rouw zou kunnen en moeten worden gesproken. Voor velen is rouw, overlijden en de dood nog altijd iets in de taboesfeer terwijl er juist zoveel troost en schoonheid ligt in het herdenken en stil staan bij geliefden, familie en vrienden die zijn overleden.

Waar in vorige jaren de dichters zich verbonden aan een bekende Nederlander (er liggen nogal wat bekende mensen begraven op Oud Eik en Duinen), hebben de dichters zich dit jaar verbonden aan een onbekende. Met Allerzielen dragen de dichters, die in een route aan het begin van de begraafplaats staan opgesteld, verlicht door fakkels en een verlichte plek onder een, eveneens verlichte, paraplu, een gedicht op aan een persoon die begraven ligt op de begraafplaats waaraan zij zich hebben verbonden. Ook zullen zij een kort gedicht van troost voordragen.

Dichter bij de Dood begint om 18.45 en duurt tot 21.00 uur. Zoals elk jaar is er van de voorgedragen gedichten een bundeltje samengesteld die bezoekers meekrijgen. Ook dit jaar wordt Dichter bij de Dood ondersteund door Monuta, stadsdeel Segbroek van de gemeente Den Haag en de Cultuur Schakel in Den Haag. De ingang van begraafplaats Oud Eik en Duinen is aan de Laan van Oud Eik en Duinen 40 in Den Haag. Toegang is gratis.

Deelnemende dichters zijn: Marilou Klapwijk, Karen de Boer, Jaap van Oostrum, Hans Franse, Brigitte Spiegeler, Remco Lausberg, Jos de Waard, Jan en Gepke, Hans Monnickendam, Marjon van der Vegt, Liesbeth de Blécourt en ik zelf.

Om alvast in de troostrijke sfeer te komen hier een gedicht van P.N. van Eyck (1887-1954) uit de bundel ‘Verzameld werk 1’ uit 1958.

.

O Dood, geheime nachtegaal

Die in de donkere hagen zingt

Uw nooit ontraadselbaar verhaal

Dat tot in ’t diepst der harten dringt,

.

En lokt ons beiderzijds van ’t pad

Over het dompe dove mos

Voort van de wemellichte stad

Naar ’t ver en stil en duister bos, –

.

Ik volg u, dood, zing gij mij voor,

Ik zal niet talmen aan de zoom,

Dat ik de laatste sterregloor

Ontvinge voor mijn laatste droom.

.

Wat is herinnering van licht?

Ik ben tot duisternis bereid.

Onhoorbaar sluit de nacht zich dicht…

Mijn ziel wordt vol van eeuwigheid.

.


Immaterieel Erfgoed Nederland

Poëzie op vuilniswagens in Rotterdam

.

Ik schreef in de afgelopen jaren al een aantal keer over poëzie(regels) die op vuilniswagens in Rotterdam werden aangebracht. Afgelopen juni nog toen voor het eerst dichtregels in gebarentaal als noviteit werd ingevoerd. Maar er is opnieuw nieuws te melden vanuit Rotterdam. De dichtregels op vuilniswagens zijn vanaf nu immaterieel Erfgoed in Nederland.

 

Auke Bullema, woordvoerder stadsbeheer bij de gemeente Rotterdam, diende de aanvraag om de gedichten aan te merken als immaterieel erfgoed in bij het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. Dat deed hij onder meer namens de gemeente Rotterdam en Poetry International. Bullema zegt dat de aanvraag is ingediend omdat ‘we merkten dat Rotterdammers de gedichten herkennen als onderdeel van de identiteit van de stad’. ‘De gedichten zijn inmiddels ook van de mensen op straat.’

Auke Bullema zegt dat hij, in lijn met de kernwaarden van het project, het idee wil doorbreken dat poëzie ‘alleen voor boekenwurmen of intellectuelen is’. De gemeente wil het project daarom nog breder trekken door in de toekomst niet alleen de gedichten te selecteren van erkende dichters die bij de festivals van Poetry International verschijnen, maar ook die van ‘gewone’ Rotterdammers. Dat dit al gebeurt blijkt uit de regels ‘Dat we er niet over praten, betekent niet dat het niet gebeurde’ van middelbare scholier Lea Nölling (toen 13 jaar jong), waar een vuilniswagen alweer twee jaar lang rondrijdt in de havenstad. Zij won met deze regels in 2023 een speciaal uitgeschreven wedstrijd waarna haar regels op een vuilniswagen werden aangebracht.

Het eerste gedicht verscheen in 1988 op een Rotterdamse vuilniswagen. De toenmalige stadsdichter, wijlen Jules Deelder, schreef ‘Het gedicht is een bericht’. Deze tekst is ook omgedoopt tot de titel van het project en verschijnt ieder jaar op een van de vrachtwagens. De gemeente Rotterdam geeft Poetry International een seintje wanneer er nieuwe vuilniswagens en straatvegers worden geleverd. Poetry International kiest vervolgens passende gedichten die veelal zijn geschreven door Nederlandse en buitenlandse dichters. De gedichten blijven op de voertuigen geplakt totdat de vuilniswagen of straatveger wordt vervangen.

.

Tekening

Vicky Francken

.

Vorig jaar schreef ik een blogbericht over ‘De ritssluiting van de zee‘ een bundel samengesteld door Jeugd en Poëzie, Doe Maar Dicht Maar en stichting Kinderen en Poëzie in Mechelen in 2005. De reden dat ik daar toen over schreef was dat in die bundel gedichten van piepjonge dichters stonden die inmiddels bekend waren geworden zoals Anne van den Dool (12 jaar), Lieke Marsman (14 jaar) en Lotte Dodion (17 jaar).

Ik moest meteen aan deze bundel en dit bericht denken toen ik in een kringloopwinkel de bundel ‘Doe Maar Dicht Maar‘ uit 2003 doorlas. In deze bundel namelijk las ik tussen de vele gedichten van jonge dichters een gedicht van Vicky Francken (toen 13 jaar). Francken (1989) studeerde Frans en vertaalwetenschap aan de Universiteit Utrecht en is thans vertaler uit het Frans en Engels. Zij publiceerde onder andere in Het Liegend Konijn, Revisor, Hollands Maandblad, Tirade en Meander. Na de Meander Dichtersprijs in 2008 ontving ze de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Röntgenfotomodel‘ dat later dat jaar de C. Buddingh’-prijs voor debutanten won. Ook was zij lid van het Utrechts Stadsdichtersgild en droeg de Letters 989 t/m 1157 (2018-2022) bij aan de Letters van Utrecht.

Terug naar ‘Doe Maar Dicht Maar‘ en het gedicht van Vicky Francken in die bundel. Haar gedicht is getiteld ‘Tekening’

.

Tekening

.

Ik vaar

met mijn boot

zonder roer of kompas

.

Ik speel

in mijn orkest

zonder begeleiding of bas

.

Ik kijk

naar mijn klok

zonder wijzers of getik

.

Ik schets

een meisje

een meisje zoals ik

.

Sor Juana

Dichter als mozaïek in een boekhandel

 

Inés de Asbaje y Ramírez de Santillana (1648/1651- 1695), die later bekend zou worden onder de naam Sor (Zuster) Juana Inés de la Cruz (kortweg Sor Juana), was een 17e-eeuwse schrijfster en dichter die niet alleen een grote invloed had op de literatuur, maar ook op de religieuze orde en het feminisme in Nieuw-Spanje, het huidige Mexico. Op haar zestiende werd ze ontdekt door Antonio Sebastián de Toledo, de onderkoning van Nieuw-Spanje en naar het hof gebracht. In die tijd waren religieuze vrouwen praktisch de enigen die onderwijs mochten volgen, dus trad ze halverwege haar tienerjaren, in 1667, in een klooster, het Convento de San Jerónimo in Mexico-Stad waar ze tot haar dood zou wonen en werken.

Hier kreeg ze ook de tijd om zich aan haar studies te wijden. Ook haar belangrijkste gedicht, ‘De droom’, schreef ze hier. In het klooster had ze als protegé van de onderkoning relatief veel vrijheid. Ze had er een ruime bibliotheek tot haar beschikking. Wel kwam ze vaak in botsing met kerkelijke functionarissen omdat die haar gedichten te ‘wereldlijk’ vonden. Ze streefde naar meer gelijke rechten voor vrouwen, en verdedigde het recht op onderwijs voor vrouwen. Hierdoor wordt ze wel als een voorloopster van het feminisme gezien. Toen ze zich, tijdens een pestepidemie in 1695, wijdde aan de zorg voor zieken, raakte ze zelf ook besmet en overleed.

De invloed van Sor Juana is tot op de dag van vandaag voelbaar, en haar in habijt gehulde gezicht prijkt sinds de jaren ’70 op Mexicaanse bankbiljetten. Een variant op dit portret is te vinden in de boekhandel Porrúa in het historische centrum van de stad. Librería Porrúa werd in 1900 opgericht door de drie broers Porrúa, die vanuit Spanje waren geëmigreerd. Hun belangrijkste boekhandel, waar dit mozaïek zich bevindt, werd geopend in 1910, hoewel het gebouw dateert uit de 18e eeuw. Hun bundel Mexicaanse poëzie uit 1914 wordt beschouwd als het eerste moderne boek dat volledig in het land is samengesteld en gedrukt.

Dit mozaïek of ‘muurschildering’, die op 12 november 2020 werd onthuld, staat op planken van 4,8 meter hoog en 3,6 meter breed en is gemaakt van boeken en houtskool. De keuze voor deze datum was geen toeval, aangezien het de 372e verjaardag van Sor Juana’s geboorte was. 12 november werd in 1980 ook gekozen als de Nationale Boekendag van Mexico, eveneens ter ere van Sor Juana’s betekenis, waardoor dit eerbetoon dubbel zo bijzonder is.

In De Tweede Ronde, jaargang 12 uit 1991 verscheen in vertaling van Catharina Blaauwendraad, een gedicht van Sor Juana.

.

Sta stil jij, schaduw kil, door mij aanbeden,
bekoorlijk beeld waar ik het meest van hou,
jij schone schijn voor wie ik sterven zou,
verzinsel zoet, en leef met moeilijkheden.
Aan de magneet van jouw aantrekkelijkheden
gehoorzaamt heel mijn hart met stalen trouw.
Waarom verleid je vleiend deze vrouw,
daarna door jou bedrogen en gemeden?
Kraai geen victorie van verdorven daden
van overheersing, zelfvoldane kwast;
al ben je dan ontsnapt aan strakke draden
van ’t web waarin jouw wezen werd gepast,
mijn armen en mijn hart kun je verraden
maar mijn verbeelding houdt jou eeuwig vast.

.

 

Winter

Johanna Kruit

.

Nu het weer wat begint om te slaan van nazomers zwoel tot verfrissend koel maken we ons op voor de winter. De vraag die ik me regelmatig stel is: krijgen we nog een winter? Of wordt het een soort van doorgaande lijn van nat en grijs herfstweer tot aan maart wanneer de vroege lente inzet? Ouderwetse winters met ijs op de sloten en sneeuw die tegen de voordeur kruid, zullen we ze nog kennen in de toekomst. De aarde warmt op door onze verslaving aan fossiele brandstoffen, de zomers worden daardoor langer en heter (met alle ellende van uitdroging en bosbrandgevaar als gevolg) en de winters? Die worden ook warmer. Een Elfstedentocht? ‘It giet oan!’ zal vrees ik nooit meer klinken hoe spijtig ook. Sneeuw verdwijnt als, tsja sneeuw voor de zon eigenlijk, wintersport wordt iets van vroeger en de gletsjers smelten weg. Geen vrolijk vooruitzicht.

Toen winters nog winters waren schreef, de dit jaar overleden, dichter Johanna Kruit (1940-2026) hier een gedicht over. Over hoe een winter was, over een sneeuwman en over poëzie. Voor eenieder die aan de koude dicht gesneeuwde winters mooie herinneringen heeft wil ik hier het gedicht ‘Winter’ delen uit haar bundel ‘Zeegrens’ gedichten 1980-2000 dat verscheen in 2011. En laten we met dit gedicht hopen dat, waar ik hiermee begon, meevalt, dat we toch nog ergens ijs krijgen en sneeuw. Al is het maar om niet te vergeten hoe koud en wit de winters ooit waren.

.

Winter

.

Daar is de winter. Ik kom uit bed

en juich. De wereld groeide dicht vannacht.

Vol kleine stapjes staat de tuin. Gedacht

wordt aan een vogel uit een oud verhaal. Ik zet

.

een sneeuwman voor het raam waarachter

jij te lezen zit. Ik weet nog niets van poëzie

of Roland Holst. Een winter aan zee

is wat ik heel tevreden heb. Nachten

.

lang legt sneeuw zich in mijn hoofd

wanneer ik slaap. Jij leest en schrijft

jezelf naar buiten toe terwijl je binnen blijft

en mij zo nu en dan een wandeling belooft

.

die je niet maakt. Ik zie aan je gezicht

dat deze winter je steeds meer verdicht.

.